‘Limburgs in ’t oonderwies: kwatsj of zjus nuudig?’

Sinds de erkenning van het Limburgs als officiële taal in het Europese Handvest in 1997, heeft de Limburgse taal een aantal rechten vergaard. Onder andere is het nu wettelijk toegestaan om het Limburgs als voertaal te gebruiken op basisscholen. Toch blijkt dat hier weinig gebruik van wordt gemaakt. Dit is opvallend, aangezien onderzoek aantoont dat kinderen juist profijt hebben van het gebruik van meerdere talen. Wat maakt dan, dat het Limburgs amper of zelfs nooit gebruikt wordt op basisscholen? 

Met deze vraag ging taalkundige Lieke Huisman aan de slag in haar masterscriptie, waarmee zij afgelopen zomer aan de Radboud Universiteit Nijmegen afstudeerde. Voor haar onderzoek nam zij 6 interviews en 39 enquêtes af onder docenten in het basisonderwijs in Limburg. Aangezien attitude tegenover een taal van invloed is op het gebruik ervan, richtte zij zich hierbij specifiek op de attitude van docenten in het basisonderwijs tegenover het Limburgs.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat veel docenten en leerlingen in staat zijn Limburgs te spreken. Ook vinden docenten het van belang dat de Limburgse taal en cultuur behouden blijven. Toch wordt het gebruik van het Limburgs door docenten beperkt tot informele situaties, bijvoorbeeld wanneer een leerling getroost moet worden. Opvallend is ook, dat veel docenten niet op de hoogte zijn van het feit dat het Limburgs überhaupt gebruikt mag worden in het onderwijs. Dit is dan ook één van de redenen dat zij in formelere situaties gebruik maken van het Nederlands.

Een andere reden dat ze het Limburgs niet gebruiken in het onderwijs, is dat ze vinden dat het curriculum al vol zit, waardoor er geen ruimte is voor het Limburgs. Daarnaast vragen ze zich af in hoeverre kinderen met een andere taalachtergrond dan het Nederlands gebaat zijn bij het leren van Limburgs. Ze geven ook aan het lastig te vinden om aan te sluiten bij de verschillende niveaus van de leerlingen. De meerderheid van de docenten vindt dan ook dat het onderwijs in het Nederlands gegeven moet worden. Desondanks zou er volgens de docenten ruimte kunnen zijn voor het Limburgs in het onderwijs, zij het op een speelse manier. Ze weten niet goed hoe dit aangepakt zou moeten worden, maar benoemen bijvoorbeeld een Limburgse themaweek, Limburgse spelletjes of boeken.

Al met al, om een verandering in het basisonderwijs teweeg te brengen is het van belang dat docenten inzicht krijgen in de didactische waarde van meertaligheid (dus ook wanneer dit het Limburgs betreft), en dat ze weet hebben van de juridische mogelijkheden om het Limburgs te gebruiken in het onderwijs. Daarnaast zouden ze kennis moeten krijgen over de mogelijkheden die er zijn om het Limburgs in het onderwijs te implementeren.

Meer weten? Lees de volledige masterscriptie hier.